Wat is een RI&E? 

De RI&E (afkorting voor Risico-Inventarisatie en Evaluatie) vormt de basis voor elk arbobeleid. Het arbeidsomstandighedenbeleid moet zijn gebaseerd op een goed inzicht in de risico’s die zich bij het werk kunnen voordoen. Een risico is een kans dat een bepaald gevaar optreedt met de mogelijkheid op een schadelijk effect op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. In een RI&E staat een inventarisatie van de gevaren die zich kunnen voordoen en een evaluatie van de risico’s. De RI&E moet op schrift worden gesteld.  

Risico-Inventarisatie en Evaluatie

Een RI&E bestaat uit: 

  • De evaluatie van de risico’s die aan de gevaren zijn verbonden; 
  • De prioritering van de risico's; 
  • De vaststelling welke maatregelen genomen zullen worden: het Plan van Aanpak; 
  • Een beschrijving voor bijzondere categorieën werknemers, zoals werknemers jonger dan 18 jaar, zwangere werknemers, werkneemsters tijdens de lactatie en werknemers met een arbeidshandicap of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid. 

Verplichtingen werkgever RI&E

De werkgever moet er ook voor zorgen dat iedere werknemer - ook uitzendkrachten - kennis kan nemen van de RI&E. 

Uit de RI&E kan blijken dat specifieke nadere inventarisaties nodig zijn bijvoorbeeld over geluid, gevaarlijke stoffen, welzijn, (machine)veiligheid, biologische factoren en trillingen. Er moet ook altijd worden voldaan aan de Arbowet en –regelgeving. 

De RI&E moet net zo vaak worden aangepast als de daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven. 

Ter voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken moet een speciale aanvullende RI&E opgesteld worden: een zogenoemde ARIE. De werkgever legt hierin schriftelijk vast hoe hij de gevolgen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen beheerst. 

RI&E opstellen

Werkgevers mogen zelf bepalen hoe er veilig gewerkt wordt in onderneming en dit vervolgens in een arbocatalogus vastleggen. Een arbocatalogus wordt per branche opgesteld en omschrijft de risico’s die specifiek bij die branche horen. 

De arbocatalogus beschrijft ook de verschillende methoden en oplossingen die werkgevers en werknemers hebben opgesteld om aan de doelvoorschriften van de Arbowet te voldoen. Een werkgever is niet verplicht een arbocatalogus op te stellen, maar in branches die een goedgekeurde arbocatalogus hebben, gebruikt de Inspectie SZW deze als uitgangspunt bij inspecties. 

Steunpunt RI&E

Alle erkende RI&E-instrumenten staan op de site van het steunpunt RI&E. Daar staan ook alle voorwaarden voor de toetsing. Er hoeft geen toetsing van de RI&E plaats te vinden wanneer: 

  • Alle werknemers in het bedrijf samen 40 uur of minder werken; 
  • Het bedrijf ten hoogste 25 werknemers heeft én gebruik maakt van een door het Steunpunt RI&E erkende branche-RI&E of gebruik maakt van een branche-RI&E die in de cao is opgenomen. 

Plan van aanpak RI&E

Het plan van aanpak is onderdeel van de RI&E. In het Plan van Aanpak is beschreven welke maatregelen genomen zullen worden om de geïnventariseerde risico’s aan te pakken. Ook moet in het Plan van Aanpak opgenomen te worden binnen welke termijn deze maatregelen uitgevoerd worden en wie binnen de organisatie hiervoor verantwoordelijk gesteld is. 

Toetsing deskundige RI&E

Bij bedrijven met meer dan 25 werknemers moet op volledigheid en betrouwbaarheid getoetst worden door een gecertificeerde deskundige. Deze deskundige hoeft overigens niet verbonden te zijn aan een arbodienst. 

Hij beoordeelt of de ingevulde RI&E compleet en betrouwbaar is en uitgaat van de huidige stand van wetenschap en techniek. De resultaten van de toets moeten schriftelijk aan de ondernemer worden meegedeeld. 

De Beleidsregel boeteoplegging RI&E

Arbeidsomstandighedenwetgeving scales is op 22 juli 2019 gewijzigd. Voortaan mag de Inspectie SZW meteen boetes uitdelen als blijkt dat een bedrijf de risico’s op de werkvloer niet in kaart heeft gebracht. Beschikt een bedrijf niet over een RI&E, dan bedraagt de boete 4.500 euro. 

Ontbreekt er een plan van aanpak, dan bedraagt de boete 3.000 euro. Verder speelt de ernst van letsel bij bedrijfsongevallen een grotere rol dan voorheen bij het bepalen van een boetebedrag. Zo is in de Beleidsregel boeteoplegging een differentiatie geïntroduceerd op basis van de duur van de ziekenhuisopname. 

Met deze wijziging wordt een onderscheid gemaakt tussen ziekenhuisopnamen van minder dan twee nachten, meer dan twee, maar minder dan zeven nachten en meer dan zeven nachten, waarbij de boetes respectievelijk met een factor 3, 3,5 en 4 worden vermenigvuldigd.

Wanneer er zowel sprake is van blijvend letsel en een ziekenhuisopname, dan geldt dat op de boete de hoogst mogelijke vermenigvuldigingsfactor wordt toegepast. Blijkt bijvoorbeeld na herstel dat het blijvende letsel van een werknemer erg meevalt, maar verbleef de werknemer wel negen nachten in het ziekenhuis, dan geldt dat de boete met een factor 4 wordt vermenigvuldigd. 

ZEZ uitkering

Vereenvoudig en beheer je volledige back office met ZZP professionals.

Registreer je nu gratis of neem vrijblijvend contact met ons op.

 

ZZP'er en gratis ZZP opdrachten ontvangen?

 

Download de APP

ZZP Wet

 ZZP Wet

 

Volg het all-in-one platform ook op social media 

     

Maak vrijblijvend een account aan
en vereenvoudig je back office

Betaal alleen 5% voor de inzet van ZZP'ers.

Image